Na negen weken dicht te zijn geweest, mocht de salon weer open. Vreemd vond ik dat. Hoe kan het dat wij eerst 1,5 meter afstand moeten houden en dat er dan ineens weer de mogelijkheid bestaat dat ik mag gaan werken? Dat betekent dat ik met mijn gezicht nog geen 20 cm boven het gezicht van mijn klant zit. Dat moest ik even een plekje geven.

Vreemd vonden mensen het dat ik niet stond te springen, want je moest toch blij zijn dat je weer mocht werken.

Vreemd vond ik het dat ik geen mondkapje hoeft te dragen als de klant geen klachten heeft, maar ja wie zegt dat mijn klant niet al iets onder de leden heeft.

Vreemd vond ik het dat ik mijn vader van 93 jaar niet mag knuffelen ondanks dat ik geen symptomen heb, maar wel klanten mag behandelen.

Alles voelde vreemd. Maar ja, we mochten weer open.

Mijn vader is erg vergeetachtig en hij snapte in het begin helemaal niets van het virus. Hij vond het ook vreemd dat hij geen knuffel van ons kreeg, dat hij niet naar buiten mocht, de thuiszorg met een mondkapje binnenkwam, etc. Maar gelukkig is mijn vader een ontzettend makkelijke man en legt zich er dan ook bij neer en vindt het allemaal prima zoals het is. Hij zegt altijd, wat moet dat moet.

Een week had ik nodig om alles te regelen om ervoor te zorgen dat ik alles volgens de regels van het RIVM kon gaan doen.

Een week had ik nodig om alles mentaal op een rijtje te zetten, want ik mag weer, gewapend met mondkapje en handschoenen. Tja, uit voorzorg, want ik gebruik het allemaal ook al hoeft het niet. Geen risico’s voor de klant en mijzelf. Leuk is het zeker niet. Natuurlijke aanraking is zo belangrijk in mijn vak, maar nu zit er zo’n gezellig roze of paars handschoentje tussen. Maar ja, ik zal mij er net als mijn vader bij neer moeten leggen, wat moet dat moet.

Nu een week verder voelt het nog steeds vreemd, maar het went wel. Het viel niet mee om na negen weken niet werken weer aan de slag te gaan. Erg vermoeiend, maar wat is dit ontzettend dankbaar werk. Wat was het leuk om mijn enthousiaste klanten weer te zien en te spreken. Ook zij zijn blij dat ze mij weer zien en eindelijk door mij behandeld kunnen worden. Dat maakt echt alles goed. Dit maakt dat ik weer zin heb in mijn werk.

Maar goed dat ik weer moet, want anders had ik niet meer geweten hoe fijn het is om in mijn salon te werken met al mijn lieve klanten.